De eindopbrengsten zijn de resultaten van groep 8 op de Eindtoets. In 2017 zijn we overgestapt van de CITO-Eindtoets naar de IEP . De scores van deze twee toetsen zijn niet met elkaar te vergelijken, maar de niveaus zijn wel met elkaar te vergelijken. Voor onze school is het lastig harde conclusies te trekken uit de behaalde scores omdat we met weinig kinderen meedoen met de Eindtoets. Omdat onze school zo klein is, hebben we weinig kinderen in groep 8. Daardoor kan het zijn dat een zwakke score van 1 kind zwaar drukt op de totale score van de hele groep. Andersom geldt dat ook. De hoge score van 1 kind haalt het gemiddelde meteen omhoog.

 

Eindopbrengsten        
  2014-2015 2015-2016 2016-2017 2017-2018
         
Behaalde landelijke score 532,9 CITO 533,2 CITO 78,3 IEP 77,7
         
Landelijk gemiddeld niveau VMBO GL/TL VMBO GL/TL en HAVO VMBO GL/TL en HAVO VMBO GL/TL/HAVO
Behaalde schoolscore 539,8 CITO 530,2 CITO 64,8 IEP 77,3
         
School gemiddeld niveau HAVO VMBO GL/TL VMBO KB/GL VMBO GL/TL

 

 

Specifieke onderwijsbehoeften

Omdat elk kind uniek is en op zijn of haar eigen wijze leer- en ondersteuningsbehoeften heeft waar wij bij kunnen aansluiten, gaan we er niet van uit dat een kind een probleemkind is. Wij vinden dat elk kind ons voor de vraag zet hoe we lesgeven en hoe we voor elkaar krijgen het beste in elk kind boven te halen, kansen te benutten en te waarderen. Dit betekent niet dat we individueel onderwijs geven. We hebben geen remedial teaching en geen Plusklas. Bij ons op school trachten we door middel van goed kijken en luisteren, met de instructies en de verwerking aan te sluiten bij de zone van de naaste ontwikkeling van elk kind. Onze opdracht is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van elk kind. Om deze behoeften vast te stellen praten we met kind en ouders,  kijken we goed naar de kinderen, we observeren, nemen testen af en toetsen wat kinderen weten, inzien en onthouden hebben. De behoeften beschrijven we in een kindplan, zodat ook de stamgroepleider van de volgende stamgroep weet welke opvoedings-en ondersteuningsbehoeften rekening mee moet worden gehouden.

Dyslexie en dyscalculie

Als een kind 3 x achter elkaar lage scores haalt op de CITO-toetsen voor spelling en/of lezen dan kan het in aanmerking komen voor een dyslexie-onderzoek. Ouders kiezen bij welke instantie ze dat onderzoek laten doen. Als het kind een dyslexieverklaring krijgt, komt het meestal ook in aanmerking voor behandeling die vergoed wordt door de verzekering. Deze behandeling wordt gedaan door externen, maar kan wel onder schooltijd en op school plaatsvinden. Als kinderen niet in aanmerking komen voor vergoede behandeling hebben wij een protocol voor extra ondersteuning door de leerkracht.

 

Om rekenproblemen bij kinderen te voorkomen werken wij volgens een protocol ernstige reken- en wiskundeproblemen en dyscalculie. Mocht een kind, ondanks die aanpak, te weinig ontwikkeling doormaken bij het rekenen, dan bespreken wij op het OT of het in aanmerking komt voor een dyscalculie-onderzoek.

 

Ondersteuning in de opvoeding

Als ouders ondersteuning in de opvoeding wenselijk vinden, kunnen zij contact opnemen met de interne begeleider van onze school, Leanne Krudde.  Er wordt in gezamenlijkheid naar een persoon of instantie gezocht die voorziet in de behoefte van de ouders en kind. In de meeste gevallen zal in eerste instantie verwezen worden naar de gezinsspecialist Linda Olsthoorn die via Minters en het wijkteam aan onze school verbonden is.

Voortgezet Onderwijs

Voor de kinderen van groep 8 gaan we met elkaar op zoek naar het juiste vervolgonderwijs.

Vanaf groep 6 is er al zicht op het mogelijke uitstroomniveau van het kind. Dit is gebaseerd op de gegevens uit het Kindvolgsysteem: de methodegebonden toetsen, de niet- methodegebonden toetsen (CITO), observaties en het werk in de klas. In groep 7 nemen we de IEP Advieswijzer af. De Advieswijzer werkt volgens het hoofd-hart-handen-principe en brengt door middel van digitale toetsen niet alleen de cognitieve vaardigheden (hoofd) in kaart, maar ook sociaal-emotionele vaardigheden en leeraanpak (hart) en het creatief vermogen (handen). Gezamenlijk vormen deze onderdelen een compleet beeld van het kind. Daardoor krijgen we nog meer gegevens in handen om een zo goed mogelijk advies te onderbouwen.

 

Onze school geeft vervolgens in november een voorlopig advies aan de kinderen van groep 8 gebaseerd op alle toetsgegevens, maar ook op basis van de werkhouding, de huiswerkattitude, de motivatie, doorzettingsvermogen en de sociaal-emotionele ontwikkeling. De ervaringen van de stamgroepleider, die van het kind én die van ouders worden hierin meegenomen. Onze school zal rond februari in groep 8 de definitieve schooladviezen bekend maken. In april wordt de Centrale Eindtoets afgenomen. In verreweg de meeste gevallen komen de resultaten vanuit deze toets overeen met het eerder gegeven schooladvies.  Als de IEP Eindtoets hoger uitvalt dan het advies dat we gaven, mogen we naar boven bijstellen.

Uitstroom naar het Voortgezet Onderwijs

 

 

 

 

Onderwijskundig rapport

Wanneer kinderen onze school verlaten en verder gaan in het Voortgezet Onderwijs, een school voor Speciaal Onderwijs of een andere reguliere basisschool, krijgt de ontvangende school een onderwijskundig rapport van ons. In dit rapport wordt informatie verstrekt over het kind met betrekking tot de leerresultaten, de methodes en andere relevante informatie over het kind. De ouders kunnen hiervan een kopie ontvangen. De school gaat twee keer per jaar naar de Warme Overdracht momenten met het VO om kinderen door te spreken en bijzonderheden door te geven.

 

Portfolio

Wij geven op deze school geen beoordeling over dat wat iemand leert. Het gaat er in onze ogen om dat een kind zichzelf bewust is van wat het leert en niet om welk oordeel een volwassene daar aan geeft. We zijn blij met elk leerrendement en we zijn trots als kinderen weten waar ze mee bezig zijn en waar ze naar toe willen. Daarom volgen we de ontwikkelingen en doen daarvan verslag in het portfolio. De kinderen bij ons op school leren van groep 1 tot en met 8 reflecteren op wat ze leren, maar ook leren ze hoe ze leren en wat ze moeten doen als dit snel gaat of als dit langzaam gaat. In het portfolio laten kinderen zelf zien wat ze geleerd hebben per week. De leerkracht voegt daar de CITO grafieken aan toe, die we twee keer per jaar afnemen. Over de basisschool periode van 8 leerjaren ontstaat zo een beeld van de doorgaande ontwikkelingslijn per kind. We vergelijken kinderen niet met elkaar, maar wel met zichzelf. Waar stond je eerst en waar ga je naar toe, maar ook wat weet je nu al meer dan gisteren.  Alle kinderen zijn knap; de  één is beter in tekenen en de ander in rekenen. We houden rekening met verschillende intelligenties en leerstijlen en gaan er van uit dat het kinderen helpt als we ze aanspreken op waar ze goed in zijn. We waarderen kinderen en geven leerpunten aan. Zo proberen wij een bijdrage te leveren aan een positieve relatie van het kind met zichzelf.

Dagelijkse reflectie

Elke dag komen kinderen naar school om te leren. Tijdens de instructie en het werken geven de stamgroepleiders mondeling of schriftelijk feedback op het proces en product van het kind. Ook wordt in elke stamgroep de dag afgesloten met een reflectiekring. Dan vertellen de kinderen elkaar wat ze hebben geleerd en hoe dat is verlopen. Ook kijken ze samen met de stamgroepleider of het proces van leren verbeterd kan worden en welke voornemens daartoe gaan leiden. De stamgroepleider houdt tijdens de reflecties rekening met de verschillende intelligenties, leerstijlen en onderwijsbehoeften van kinderen.

 

Wekelijkse reflectie

Aan het begin van elke week ontvangen de kinderen een weekmap. In deze map zitten een paar vaste onderdelen:

De weekplan. Op de weekplan geeft het kind dagelijks zelf aan welke onderdelen af zijn en welke nog niet. Wat klaar is, kan worden nagekeken door de stamgroepleider, door andere kinderen of door het kind zelf.

Het reflectieverslag. Hierop geeft het kind aan hoe het is gegaan. Dus het leerproces wordt door het kind zelf beoordeeld. Elk kind houdt van een andere manier van reflecteren. Voor elk kind zitten er voorbedrukte reflectieformulieren in de weekmap die passen bij de stijl van het kind.

De verwerking: Elk kind kiest per week een aantal verwerkingen die aan de weekmap worden toegevoegd. Dit kan een tekening zijn, een verslag, een foto of een werkblad. Het criterium is dat de verwerking bewijst dat er geleerd is. Door middel van de verwerking laat het kind zien dat er een leerproces heeft plaatsgevonden.

Aan het einde van de week gaat de inhoud van de weekmap in de portfolioklapper. In deze klapper worden de weekmappen van 39 schoolweken bewaard. Zo ontstaat een beeld voor het kind, de ouders en de leerkracht van wat er is gebeurd  en hoe het is gegaan.

Jaarlijkse reflectie

Elke portfolioklapper gaat 8 leerjaren mee. De inhoud van de portfolioklapper ziet er als volgt uit:

Een Persoonlijk Ontwikkelings Plan van het kind. In de laatste week van de zomervakantie maakt elk kind thuis met zijn ouders/verzorgers een POP. Het format van dit POP wordt door school aangeleverd. In het POP geeft het kind aan wat het al kan en wat het in het nieuwe schooljaar wil gaan leren en wat de onderwijsbehoeften zijn. Dit POP wordt door het kind en de ouder/verzorger aan het begin van elk leerjaar aan de stamgroepleider verteld en uitgelegd.

Doelenoverzicht per leerjaar per vak. De stamgroepleider noteert bij de doelen per leerjaar per vak welke zijn behaald en welke nog leerpunten zijn.  Zo ontstaat een overzicht van welke onderdelen door het kind worden beheerst. Het kan gebeuren dat een kind voor bepaalde onderdelen in een voorgaand leerjaar nog doelen moet behalen of dat het al met doelen bezig is van een volgend leerjaar.

Een meervoudige intelligentietest en een leerstijltest. Deze testen worden elk jaar opnieuw aan het begin van het schooljaar op school afgenomen en zeggen iets over hoe een kind leert en welke voorkeur het heeft om tot leren te komen. Kinderen worden zich door de testen en het bespreken daarvan bewust van zichzelf.

CITO uitslagen. Elk jaar nemen we in januari en juni de reguliere CITO toetsen af. De grafieken worden opgenomen in de portfolioklapper en vertellen iets over de vorderingen van het kind zelf en ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Eventuele andere toetsen die worden afgenomen, worden ook opgenomen.

De stamgroepleider maakt jaarlijks een reflectieverslag over aspecten als: samenwerken, alleen werken, gedrag voor, tijdens en na vieringen en excursies, houding en vaardigheden in de kring tijdens gesprekken, spelen, algemene gedragskenmerken en werkstukken, boekbesprekingen en spreekbeurten.

Gespreksverslagen. De gesprekken die gevoerd zijn met kinderen en/of ouders en die genoteerd zijn in ParnasSys, worden opgenomen in de portfolioklapper.

Ouders geven een reflectie over hoe het kind thuis omgaat met schoolse zaken zoals huiswerk, oefenen voor een viering, denken aan de tas met schoolspullen en meer van dit soort zaken. Ouders kunnen deze reflectie aanleveren tijdens het POP gesprek aan het begin van het schooljaar.

 

Ons systeem is gebaseerd op reflectie door middel van verslagen, toetsuitslagen en verwerkingen. De reflectie gebeurt door de kinderen zelf, ouders en de stamgroepleider. De ouders worden er nauw in betrokken. Het systeem gaat van dagelijks bewust zijn naar wekelijkse verslaglegging en jaarlijkse overzichten. Daarmee willen we bereiken dat kinderen zich eigenaar voelen van hun eigen leerproces en zich gesteund weten in hun leerproces door de volwassenen om hen heen.

Schorsen of verwijderen

Het voor bepaalde tijd of permanent van school gestuurd worden gebeurt alleen als een kind zich ernstig en/of structureel misdraagt en er sprake is van onacceptabel gedrag waarbij de veiligheid van het kind zelf en/of anderen in het geding is. De verantwoording over het  schorsen of verwijderen ligt bij de directeur van de school. De definitieve beslissing wordt genomen door het bestuur van de stichting Wijzer in opvang en onderwijs.  De definitieve verwijdering van school kan alleen plaatsvinden als de directeur een andere school bereid heeft gevonden het kind toe te laten. Nadat de school gedurende 8 weken aantoonbaar gezocht heeft naar een andere school, kan vanaf dat moment de toegang tot de school voor het betreffende kind geweigerd worden. Wanneer in het basisonderwijs verwijdering of schorsing (=tijdelijke verwijdering) wordt toegepast betekent dit, dat ook de procedure die bij verwijdering hoort moet worden toegepast. Deze procedure is in overleg met het bevoegd gezag en medezeggenschapsraad opgesteld. (o.a. het horen van ouders en groepsleerkracht, het schriftelijk mededelen van de beslissing met inachtneming van bepaalde termijnen en op de hoogte brengen van het Samenwerkingsverband “ Onderwijs Dat Past “). Gelukkig vindt deze procedure zelden plaats.

Gesprekken

Aan het begin van elk schooljaar plant de stamgroepleider een gesprek met ouders en kind. Tijdens dit gesprek zijn vooral het kind en de ouders aan het woord. Het gesprek gaat over het ingevulde Persoonlijk Ontwikkel Plan, maar ook over wat het kind nodig heeft van de stamgroepleider en hoe er met het kind moet worden omgegaan. De stamgroepleider luistert, noteert en vraagt door. Met de verkregen informatie kan de stamgroepleider gedrag, aanbod  en taal aanpassen voor zover dat nodig is. Tijdens dit gesprek worden afspraken gemaakt over minimaal 2 volgende gespreksmomenten in dat schooljaar. De afspraak is dat er minimaal 3 gespreksmomenten zijn per jaar en dat het moment waarop 2 van de gesprekken die worden gevoerd in overleg met elkaar worden gepland. Mochten er meer gesprekken dan 3 stuks nodig zijn per schooljaar dan kan dat uiteraard ook. We kijken wat betreft de gespreksplanning naar de behoeften van de betrokkenen.

 

Het ligt nooit aan het kind

Deze uitspraak is belangrijk en leven wij na. Wij gaan er van uit dat wij ons gedrag moeten aanpassen en op zoek moeten naar een manier om het kind stappen in zijn of haar ontwikkeling te laten zetten.

Als een kind bepaald gedrag laat zien, is aan ons de taak om dit goed te begrijpen, er naar te luisteren en adequaat op te reageren. Intelligentie is niet genoeg om door het leven te gaan. Houding en gedrag zijn van even groot belang om te kunnen functioneren en de samenleving.

Als we het hebben over houding en gedrag onderscheiden we 11 executieve functies waarop kinderen zich manifesteren en ook zich verder kunnen ontwikkelen.

  • Responsinhibitie: het kind denkt rustig na voor hij iets doet. Of het kind reageert impulsief.
  • Werkgeheugen: het kind kan informatie beoordelen, in stukjes hakken en koppelen aan informatie uit zijn lange termijn geheugen. Of het kind vraagt telkens wat het moet doen, terwijl het net verteld is.
  • Emotie regulatie: het kind kan zijn emoties onder controle houden. Of het kind reageert vaak geëmotioneerd en heeft (daardoor) regelmatig conflicten met anderen.
  • Vol gehouden aandacht: het kind blijft bij de les, ook al vindt hij het saai. Of het kind gaat zitten klieren en laat zich daarin niet/nauwelijks corrigeren.
  • Taakinitiatie: het kind begint op tijd en heeft zijn huiswerk gedaan. Of het kind heeft tijd nodig om op te starten en om vol te houden.
  • Planning; het kind is op tijd en heeft zijn huiswerk gedaan. Of het kind werk traag en vergeet dingen die af moesten.
  • Organisatie: het kind vergeet zijn spullen niet, heeft een opgeruimd laatje. Of het kind leeft in chaos en heeft een puinhoop in zijn laatje.
  • Timemanagement: het kind heeft zijn werk af en weet dit te plannen in de tijd. Of het kind doet een kwartier over een taak die in 5 minuten af had kunnen zijn.
  • Doelgericht gedrag: het kind laat zich niet afleiden. Of het kind heeft geen remvermogen en doet drie dingen tegelijk en alle drie voor een beetje.
  • Cognitieve flexibiliteit: het kind kan snel schakelen en schrikt niet van verandering. Of het kind raakt in paniek, raakt van slag of wordt boos als het niet gaat zoals hij dacht dat het zou gaan.
  • Metacognitie: het kind kan bij zichzelf nagaan of hij iets goeds of slechts heeft gedaan. Of het kind ziet zijn eigen aandeel niet.

Voordat we een kind veroordelen en negatief over het gedrag praten, is het van belang om te begrijpen welke executieve functie moet worden aangeleerd. De benadering dat het nooit aan het kind ligt, zorgt ervoor dat we onszelf blijven uitdagen om het goede in het kind te zien en van ontwikkeling blijven uit gaan.

Contact

Jenaplan Vlaardingen
Van Hogendorplaan 1023
3135 BK Vlaardingen
Tel.: 010 - 471 29 14
E-mail ons

Maand archief

facebook